Zeven Joodse mensen vertellen hun vaak aangrijpende verhaal aan de beide auteurs Meike Jongejan en Eddy van der Noord. Om het visueel aantrekkelijk te maken, zijn er meer dan 80 vaak niet eerder gepubliceerde foto's en documenten opgenomen.
Een van de Joodse onderduikers aan wie een hoofdstuk is gewijd, is de familie Tof, die destijds een kledingzaak aan de Lindegracht in Heerenveen dreef.
Fragment uit het boek

Bram Tof zei daar later over: "Toen we voor de eerste keer met de ster op straat verschenen, samen achter de kinderwagen met de kleine jongen, groette iedereen ons gewoon. We droegen een gele ster, maar waren daardoor voor de Heerenveners geen andere mensen geworden."
De avond voordat Bram Tof zich bij Crackstate moest melden, werd hij door Jan de Jong naar Katlijk gebracht. Een hachelijke fietstocht in het donker, aangezien joden 's avonds niet meer op straat mochten komen.
Aan de rand van het dorp, in Meibos, woonde een weduwe Sietske van der Spoel, samen met haar zonen Pieter en Fedde. Zij was 's middags door veearts dr. Hofkamp ingelicht over de komst van de joodse man, waarop ze heeft geantwoord: 'Die moet ook een plek hebben'. In haar kleine woning werd Tof ondergebracht.
Thuis in Heerenveen speelde mevrouw Tof komedie. 'Mijn man is verdwenen, mischien is hij wel dood.' Huiszoeking en dreggen in de Lindegracht leverde niets op. Johanna Tof en zoon Moritz bleven nog een aantal weken aan de Lindegracgt wonen. In die tijd was ook Johanna's zus Miesje met haar dochter Sara bij hen ingetrokken. Op bevel van de Duitsers moest het huis eind september 1942 worden ontruimd. Miesje en Sara gingen naar een onderduikadres in het naburige Nieuwehorne. Johanna en Moritz Tof werden door de ondergrondse naar de Meibos gebracht.
Lees vooral ook: Onderduikers in de meibos >>
Het boek: 'Door het ooog van de naald', uitgeverij Louise >>
Lees ook verder in de Heerenveense Courant >>